Het referendum, de democratie en het achterhoedegevecht

Geplaatst op 30 september 2015

Ik wreef even mijn ogen uit toen ik de Trouw van 30 september digitaal opensloeg. Het stond er echt: op de opiniepagina riep Lex Oomkes de Nederlanders op om de ‘nieuwerwetsigheid’ van het referendum maar zo snel mogelijk om zeep te helpen.

Nu heeft Oomkes natuurlijk wel een punt als hij twijfelt aan het nut van een volksraadpleging over een alleen voor insiders leesbaar handelsverdrag tussen de EU en Oekraïne. En inderdaad, dit referendum zal straks door tegenstanders worden verkocht als een peiling over hoe de EU-vlag er op dit moment bij hangt. Wat de uitslag ook gaat worden,m we zullen er dus niet veel wijzer van worden.

calm downAlleen: ik wil wel forse vraagtekens zetten bij het gemak waarmee Oomkes de opruiende GeenStijl-actie gebruikt om serieuze twijfels over onze democratie ter discussie te stellen. Hij zet zich af tegen de heersende gedachte dat “democratie pas democratie is als je jezelf kunt presenteren”. En gebruikt vervolgens een klassieke drogreden om zijn stelling kracht bij te zetten: een quote van een Amsterdamse dame die een dag eerder in Trouw haar reactie op het referendum gaf. Theatraal roept Oomkes vervolgens uit: “hoeveel partijen moeten er nog meer komen voordat zij zich wel vertegenwoordigd voelt?”

Je moet wel een ouderwetse hardcore fan van ons kiesstelsel zijn om met droge ogen te kunnen volhouden dat onze representatieve democratie boven elke twijfel verheven is. (Aardigheidje: Harm Beertema zit in de Tweede Kamer met op zijn conto 433 stemmen. In mijn straat wonen al bijna meer mensen.) Van Reybrouck,  In ’t Veld, Wallage, Cohen, Van Gijzel, zelfs Plasterk: in wisselende bewoordingen zeggen ze allemaal dat er meer vormen van directe democratie nodig zijn. Het referendum, loting, de burgerbegroting, ‘variatie in representatie’: het zal allemaal niet volmaakt zijn, maar het zijn goede pogingen om het lek dat al een tijdje boven is te repareren.

Jammer dus als een Trouw-columnist aan de hand van een makkelijke casus pogingen tot vernieuwing van de democratie als onzinnige ‘nieuwerwetsigheid’ wegzet. Er zijn zeker kanttekeningen te plaatsen bij het raadgevend referendum, maar Oomkes lijkt te doen alsof je beter alles bij het oude kunt houden. Hij schampert  over “de moderne samenleving, waarin ideologie geen ordenend principe meer is, maar waarin de allerindividueelste behoeften en ervaringen allesbepalend zijn.”
In welke tijd leeft hij? Je kunt wel van alles vinden van de ontwikkelingen om je heen, maar het is niet handig om het bestaan ervan te ontkennen.

 

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone