Code Oranje – voor de politiek én voor de burger

Geplaatst op 1 november 2016

Een uurtje geleden stond ik te wachten op mijn bestelling bij de viskraam in het nabije wijkwinkelcentrum. De visverkoper – gezien zijn leeftijd had hij alvast een voorschot genomen op de zoveelste ophoging van de pensioengerechtigde leeftijd – pakte net een lekkerbekje in voor een leeftijdgenoot die al wel ‘in ruste’ was. Op de opmerking “Ja, we worden allemaal een dagje ouder”, waar ik duidelijk ook bij aangesproken werd, ontspon zich een gesprek dat ongeveer als volgt verliep.

173“Iedereen wil jong blijven, maar je doet er niks aan.”
“Nou, ik zou niet meer jong willen wezen met de mentaliteit van nu, er is totaal geen respect meer tegenwoordig.”
“De jeugd loopt alleen nog maar op mobieltjes te kijken en is alleen nog maar op internet bezig.”
“Het is toch ook een zootje in de samenleving? Neem de politiek. Nou heeft Timmermans een miljard aan de Oekraïne beloofd, laat ie eerst eens kijken hoeveel Russen die gasten indertijd onder de grond hebben geschoffeld, dat waren toch ook onze bevrijders?” 
“Ach… politiek… Het gaat ze alleen maar om de eigen zakken vullen en de macht houden.”
“Maar dat weet je toch met politici? Die denken alleen maar aan zichzelf.”
“En de politie… die staat erbij en kijkt ernaar. Laatst had iemand bij mij thuis de boel gekraakt, m’n hele voordeur lag eruit. Komt een agent die zegt meneer, ik ben hier omdat er een vermoeden van inbraak bestaat. Nou vraag ik je, m’n hele huis was overhoop gehaald.”
“Het is ook een zootje tegenwoordig… Neem nou die gastarbeiders. Den Uyl, die heeft ze toen allemaal binnengehaald omdat de Nederlanders het werk niet wilden doen. Hoe die Turken toen in de watten zijn gelegd…. en nu praten ze nog steeds geen woord Nederlands.”
“Nou.. dat was toch ook de VVD, die wilden wel goedkope arbeidskrachten binnenhalen voor vijf gulden per uur.”
“En nu… er is geen aardigheid meer aan tegenwoordig. Niemand heeft meer iets voor de ander over.”

“……”
“Nou ja.. ik hoop dat de vis u goed smaakt.”
“Dat zal wel lukken, zo slecht hebben we het ook weer niet dacht ik.”

De afgelopen jaren Ik heb al veel vaker betoogd dat het Huis van Thorbecke toe is aan een grondige renovatie. De manier waarop het openbaar bestuur is ingericht is dringend aan verbetering toe, de representatieve democratie schiet tekort en verdient tenminste aanvulling met directere vormen van burger invloed. Ik heb er vertrouwen in dat de inwoners van mijn stad en op veel andere plekken veel meer te melden hebben dan het rode potlood en een enkele inspraakavond aan kansen biedt.

Vorige week was er opeens code oranje voor de lokale democratie. De traditionele gemeenteraad voldoet niet meer en de burger moet veel meer en vaker z’n invloed laten gelden. Ik ben het er helemaal mee eens.
Er is dus werk aan de winkel voor de politiek. Maar laten we het ook eens over de burgers zelf hebben. Welke toegevoegde waarde heeft de ongepolijste en ongenuanceerde roep van inwoners die in weerwil van maatschappelijke ontwikkelingen ‘alles bij het oude’ wil houden? Wat als mensen via sociale media worden gemobiliseerd om opgefokte boosheid als mening in te brengen in een debat over – om maar eens wat te noemen – asielzoekers?

De roep om meer vormen van directe democratie kent volgens mij twee valkuilen.
Enerzijds zijn daar die vermaledijde usual suspects, meestal vermomd als hoogopgeleide, witte 50-plussende man. Aanwezig op elke inspraakavond, raadsvergadering en nieuwerwetse talkshow als bewonersbijeenkomst of G1000. Ook niet representatief dus.
Aan de andere kant zijn daar de buitenstaanders, de verongelijkten, de afhakers die nu per gelegenheid al dan niet spontaan of geregisseerd de ruimte vullen die ontstaat door de verlegenheid waarin het openbaar bestuur zich dezer dagen bevindt.

Dit schreeuwt om een nieuwe impuls voor de oude term verantwoord burgerschap.
Iedereen mag meedoen, maar wel graag weten waar je het over wilt hebben. Iedereen krijgt invloed, maar wel met bijbehorende verantwoordelijkheid. Iedereen mag zeggen wat-ie wil, maar wel met respect voor elkaar. Dat soort zaken.
De burger kan nog wel wat bijscholing gebruiken. Mooie taak voor scholen, voor het buurtcentrum (als het nog bestaat), voor kerken en moskeeën, voor bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Nog werk genoeg te doen, dus.

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone