Zwolle speelt met de doe-democratie

Geplaatst op 4 september 2015

Alweer twee jaar geleden maakte ik me boos over de stadswachten van Zwolle.
In een tropische week hadden ouders een opblaasbad op de stoep gezet voor de kinderen uit de buurt. Maar dat mocht niet: het badje moest leeg en verwijderd worden, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag. In het themanummer ‘De verzorgingsstaat voorbij’ van politiek magazine ‘Denkwijzer‘ kreeg ik indertijd ruimte om mijn ergernis over dit voorval van me af te schrijven.

divingHet is ongetwijfeld teveel eer om een verband te leggen, maar toch was ik blij verrast met het artikel dat ik vorige week in ‘De Stentor’ las: het Zwolse College B&W gaat in beroep tegen een besluit van de Nederlandse Voedsel- en warenautoriteit om op een aantal plekken in de stad speeltoestellen te verbieden die door bewoners zelf zijn geplaatst. Ze zouden niet voldoen aan de eisen die gelden voor gebruik in de openbare ruimte.

Het verweer van Zwolle is vooral dat hier sprake is van een pilot die helemaal past in de trend van dit moment: meer verantwoordelijkheid leggen bij de burger en minder zelf willen regelen. “En als het binnen de bestaande wetgeving niet kan, moeten ze de wet maar veranderen”, zegt wethouder Van As` er stoer bij.

De veranderde houding van het Zwolse gemeentebestuur lijkt wel een abrupte bekering: eerst ben je roomser dan de Paus, en binnen twee jaar gooi je ‘de kont tegen de krib’ en moet de leer maar aan het leven worden aangepast. Wat een paar jaar tamboeren op de trommel van de doe-democratie al niet vermag…

Wat mij betreft alle lof voor het lef van het College. Het is niet meer van deze tijd dat de overheid zich zo in detail met het ordenen van de samenleving bemoeit.
Maar toch doet zich in Zwolle iets merkwaardigs voor, wat eigenlijk ook al weer voorspelbaar is. Wie op het nieuws van vorige week een beetje doorklikt op internet leest dat allerlei inwoners van de stad nu roepen dat ze helemaal niet willen dat er zomaar ‘onveilige’ speeltoestellen op het openbare gras kunnen staan. “Mijn kind zal maar van die trampoline vallen..” En je vraagt je dan al snel af: zouden dit dezelfde ouders zijn die het in 2013 zo ‘belachelijk’ vonden dat de gemeente zich bemoeit met een zwembadje op de stoep?
Het SCP-rapport ‘Een beroep op de burger’ meldde in 2012 al dat er iets dubbels in de houding van burgers zit. De overheid moet de burgers vooral niet in de weg lopen, maar aan de andere kant ook voor onheil behoeden en ‘verzekeren’. Kortom: de overheid kan het nooit goed doen.

Elke HRM’er weet dat je bij het formuleren van functie-beschrijvingen in de organisatie de begrippen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘bevoegdheid’ vooral samen-op moet laten gaan. Ik denk dat hier nog wel wat te leren valt als het gaat om de relatie tussen overheid en burgers:

  • spelen op eigen risicoenthousiaste inwoners die zich (terecht) teveel belemmerd voelen door de gemeente en meer bevoegdheden opeisen moeten zich realiseren dat daar ook verantwoordelijkheden bij horen (dus niet klagen als er eens iets mis gaat);
  • een gemeente(raad) die de mond vol heeft over het leggen van meer verantwoordelijkheid bij de burgers moet beseffen dat daar ook bij hoort dat mensen het daarbij ook meer zelf voor het zeggen krijgen (dus niet opeens allerlei eisen stellen aan ‘uitbesteed werk’) .

Ondertussen ben ik benieuwd hoe het met de ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ in Zwolle afloopt. Wordt vervolgd denk ik.

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone